Ga naar inhoud

Raayen

Raayen ligt op een van die typische Betuwse woerden, door Heldring bezocht in 1838. Hier haalden arbeiders bij afgraving van de grond allerlei Romeinse spullen naar boven, waar onder intacte Romeinse flessen. Helaas is niets bewaard gebleven en resten ons slechts twee tekeningen. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om grafvondsten. In 1929 trof de Leidse archeoloog Braat hier paalgaten en greppels aan, wat wijst op een inheemse nederzetting van houten huizen op een fundering van palen. Braat wilde het jaar daarop verder graven, 'maar helaas, de eigenaar van het terrein, de heer H.S. Lamers te Elst, maakte door zijn exorbitante eischen een voortzetting van het werk onmogelijk.'


Bronzen kannetje uit Raayen, sinds lange tijd spoorloos. (Bron: Janssen 1844)


Een van de blauwe glazen flessen uit het grafveld bij Raayen. (Bron: Janssen 1844)

Bij Heldring lezen we hoe het er aan toe ging in 1838: 'Alras ontdekten de arbeiders eenig ijzerwerk, dat hun vreemd voorkwam. Zij gingen voort met nazoeken, en vonden vijf vierkantige flesschen, enigszins blaauwachtig van kleur, eene ijzeren kan, die verzegeld was, en waarin zich een helder wit vocht bevond.’ Verder vonden ze een kom met handvat, een koperen hangijzer, ijzeren stangen (mogelijk wapens) en een Romeinse munt. ‘Van dezen gevonden schat heeft reeds aanstonds de spade onderscheidende stukken vernield; een groot gedeelte, echter, is voor eene kleinigheid verkocht aan eenen voorbij wandelenden Joodschen koopman.'

Bronnen en verwijzingen

Literatuur