Ga naar inhoud

Herveld - Grote Woerd

Toen Otto Heldring tijdens zijn speurtocht naar oude woongronden in 1838 bij de Grote Woerd in Herveld aankwam, waande hij zich in het paradijs: 'In weinige ogenblikken hadden wij onze handen vol scherven van gele en blaauwe urnen; die hier zóó vele gevonden worden, dat wij onze verbazing niet genoeg te kennen geven konden (...) Ook vonden wij onderscheidende steenen van Romeinsch bakwerk. Op het hoogste punt had een gebouw van duifsteen [tufsteen] en marmer gestaan; wij zagen overal de brokken er van liggen.' Tot zijn verbazing droegen drie van de hoeven aan deze woerd de naam ‘Rome’.


Kruikje uit Herveld, één van de ‘gele urnen’? (Rijksmuseum van Oudheden) 


Handgevormd aardewerk potje uit Herveld, opgegraven door Janssen in 1844. (Rijksmuseum van Oudheden)

Een paar jaar later keerde Heldring terug met Leonard Janssen, de conservator van het Leids museum. Samen stond hen nog een verrassing te wachten: landarbeiders toonden hun de resten van een oude grindweg van 1600 meter lang en 3 meter breed. 'Het scheen duidelijk een weg geweest te zijn, die zich over de toenmalige hoogte van de grond naar een huis uitstrekte, dat aan het einde der woerd, op het hoogste punt, kon gelegen hebben. Hier toch, zoo verzekerden ons de arbeiders, hadden zijn de meeste gebakken steenen gevonden. (...) Overal langs dezen weg had men potten gevonden, van asch en beenderen voorzien.'

Heldring meldt dat op deze plek ook munten zijn gevonden van Constantijn de Grote en Maximianus, beide keizers uit het begin van de 4e eeuw. Al met al ontstaat een beeld van flinke activiteit gedurende de Romeinse tijd in dit deel van de Betuwe, van de ijzertijd tot en met de 4e eeuw. Dat zal vooral hebben bestaan uit inheemse/Bataafse boerderijen en grafvelden, maar tufsteen en marmer duiden mogelijk ook op een villa. Helaas is er nooit archeologisch onderzoek gedaan en moeten we het vooral doen met deze 19e waarnemingen. Frustrerend en prikkelend tegelijk.

Bronnen en verwijzingen

Literatuur