Ga naar inhoud

Hemmen

Hemmen was de standplaats van dominee Ottho Gerhard Heldring (1804-1876). Heldring maakte zich onsterfelijk door het boek Wandelingen ter opsporing van Bataafsche en Romeinsche Oudheden, Legenden enz., waarmee hij de basis legde voor de archeologische kennis van de Betuwe. Een van zijn beschrijvingen gaat over de Linge tussen Hemmen en Indoornik. Bij lage waterstand vonden kinderen daar veel dierenbotten, waarop verontruste ouders zich haastten om de bedding schoon te maken. Daarbij vond men onder andere een bronzen olielampje met een prachtig bewerkte leeuwenkop en een koperen voetstuk met een inscriptie voor de lokale godin Vagdevercustis. Van beide vondsten bestaat helaas alleen nog een tekening.


Otto Heldring, wandeldominee uit de Betuwe.


Intacte glazen ribkom, gevonden in de bedding van de Linge bij Hemmen. (Rijksmuseum Van Oudheden)

Heldrings neef Leonard Janssen, conservator van het Oudheidkundig Museum in Leiden, kwam ook poolshoogte nemen. Hij meldde: ‘Op eene langwerpige oppervlakte van 21 tot 24 meter werden als overblijfselen gevonden eenige beenderen van wilde en tamme dieren, paarden, schapen en herten, en eene massa Germaansch en Romeinsch vaatwerk.’ Tot dat vaatwerk hoorde een prachtige glazen ribkom, die Janssen van een plaatselijke boer overkocht voor het museum in Leiden. Janssen maakt ook melding van het voetstukje daarop een beeldje van een moedergodin, maar volgens hem is ‘het beeldje van het voetstukje afgebroken en reeds bij de eerste ontdekking verduisterd.’

De gepuncteerde tekst op het voetstukje luidt in vertaling: 'Aan de godin Vagdavercustis heeft Simplicius Superus, decurio van de ala der Vocontiërs, van het Britannische leger, dit gewijd.' Superus was dus aanvoerder (decurio) van een dertigtal ruiters van een regiment Vocontiërs in het Romeinse leger in Engeland. De Vocontiërs kwamen oorspronkelijk uit de Drôme in Zuid-Frankrijk, maar de ala was tussen ca. 70-120 gelegerd in castellum Burginatium (Kalkar), zo'n 40 km ten oosten van Nijmegen. Vlakbij Kalkar is onlangs een heiligdom voor Vagdavercustis opgegraven. Grote vraag is natuurlijk wat Superus in de Betuwe te zoeken had.


Koperen voetstuk met inscriptie voor de godin Vagdavercustis. (Bron: Janssen 1844, Plaat V)

Bronnen en verwijzingen

Literatuur