Ga naar inhoud

Beilen

De vondst van de goudschat van Beilen op 31 maart 1955 kwam bijna letterlijk uit de lucht vallen: twee arbeiders vonden hem in een lading zand die nodig was voor de aanleg van de tuin van de ambachtsschool. Dat leidde in eerste instantie tot verwarring: de vinders dachten dat het zand uit het naburige Emelangen kwam, maar de opzichter van het bouwterrein bezwoer dat het zand in Beilen zelf was gewonnen. Uiteindelijk bleek de opzichter gelijk te hebben.

De vondst zelf bestaat uit 22 solidi (de solidus is de 4e-eeuwse opvolger van de aureus), 5 halsringen en een armband. De munten dateren uit 364-395, dus moeten daarna in de grond terecht zijn gekomen. De sieraden zijn typisch Germaans en mogelijk gemaakt van omgesmolten Romeinse munten. Oorspronkelijk zal de schat groter zijn geweest: in de 19e eeuw had men in de omgeving ook al enkele gouden munten en een vergelijkbare halsring gevonden, maar deze laatste is niet lang daarna door de plaatselijke zilversmid omgesmolten.


De locatie van de goudschat van Beilen ligt op nog geen 3 kilometer van de opgraving in Wijster. Bron: Van Es 1967.


De goudschat van Beilen met Romeinse munten en Germaanse halsringen. Collectie Drents Museum.

Vergelijkbare halsringen zijn ook gevonden in Velp (waarnaar het type is vernoemd), Rhenen, Nijmegen en Olst. Men vermoedt dat de halsringen niet of nauwelijks werden gedragen, want ze vertonen amper gebruikssporen. Ze zullen vooral hebben gediend als statussymbool en als waardevol geschenk om machtsrelaties te versterken.

De goudschat toont aan dat hier in de buurt een rijke elite woonde. Het ligt voor de hand om een verband te leggen met de nederzetting van Wijster, nog geen drie kilometer verderop. De Romeinse munten wijzen op innige banden met de Romeinen ten zuiden van de Rijn: mogelijk probeerde de Romeinse overheid de plaatselijke bevolking met geschenken te vriend te houden – in de 4e en 5e eeuw een beproefde en goed gedocumenteerde methode.

Hoe de schat in de grond terecht is gekomen, weten we niet. Misschien verstopte iemand het goud bij de komst van vijandige volkeren. Misschien ook is het goud als offer in de moerassen van de Beiler Stroom geworpen.

Bronnen en verwijzingen

Websites

Literatuur

  • Es, W. van, 1967. Wijster, a native village beyond the Imperial Frontier, 150-425 AD.
  • Evers, R., 2005. ‘Romeins goud in Beilen’. In: Tijdschrift Historische Vereniging Gemeente Beilen 21, nr. 1, pp. 1-9.
  • Waterbolk, T. & en W. Glasbergen, 1955. ‘Der spätrömische Goldschatz von Beilen.’ In: Palaeohistoria IV, pp. 81-101.
  • Zadoks-Josephus Jitta, A., 1955. ‘The Late Roman Gold Hoard of Beilen. The Coins'. In: Palaeohistoria IV, pp. 103-111.
  • Artikel in tijdschrift van Historische Kring Gemeente Beilen