Column | “Ik ben Romein”

Door Drs. Leo Smole (Senior Archeoloog Gemeente Arnhem) | Romeinse archeologie is bijzonder populair. Waarschijnlijk omdat Romeinen als brengers van cultuur worden gezien. De rijke materiële cultuur liegt er ook niet om. Er is een groot verschil tussen het in Nederland homemade aardewerk uit de late ijzertijd en de import terra sigillata keramiek uit het Romeinse rijk. Romeinen zorgden voor tempels, wegen, dijken,  kanalen, badhuizen en graven met grafmonumenten en prachtige grafgiften. Zij hebben ook de kip en het schrift naar de Lage Landen gebracht. Aangetroffen inscripties openen een venster naar het verleden.

Afgelopen zomer nam ik mijn jongste zoon mee naar onze opgraving in de Schuytgraaf in Arnhem-Zuid. Met een metaaldetector deed hij zijn eerste archeologische vondst. Een Romeinse mantelspeld, zijn dag kon niet meer stuk. Hij was ‘hooked’ en wilde vaker mee. Het enthousiasme is te begrijpen en een kinderhand is gouw gevuld. Als je aan archeologen vraagt wat ze hebben gestudeerd, hoor je vaak “ik ben Romein”. Dat betekent dat ze Romeinse archeologie hebben gestudeerd. Ik kan me dan niet bedwingen en vraag dan: ‘weet je wat je zegt?’

De Romeinen kwamen hier ongevraagd en de luxe die ze brachten kwam wel met een prijs, in de vorm van vrijheid. Het was conformeren of barsten.  Vergeet niet dat menig niet-Romein werd gekruisigd en dat het woord decimeren een Romeinse oorsprong heeft. Niet voor niets kwamen de Romeinen met een geavanceerd leger aangesneld over de daarvoor aangelegde wegen. De slachtpartijen die zij onder de inheemse bevolking aanrichten zijn na te lezen in de bewaard gebleven verslagen (bijvoorbeeld De Bello Gallico van Julius Caesar). Deze zijn wel eenzijdig gekleurd en dienden een politiek doel. De archeologie zou zich meer moeten richten op de overwonnenen. En daar lijkt langzamerhand meer aandacht voor te komen. Ontvolkingen en discontinuïteit van de inheemse bevolking van nederzettingen kunnen door C14-onderzoek worden aangetoond. Hierdoor krijgen de analfabetische slachtoffers een eigen stem.

We weten dat er hier een opstand heeft plaatsgevonden in het jaar 69. Hetzelfde jaar waarin de Tempel in Jeruzalem werd vernietigd omdat de Joden daar in opstand kwamen, omdat ze in het gebouw gewijd aan de onzichtbare G’d geen beeld van de keizer duldden. Met de tempelschatten, die nog steeds zichtbaar zijn op de Titusboog in Rome, werd het Colosseum gebouwd. Dit gebouw kun je zien als een tempel van geweld en dood. Dieren en mensen werden onder luid gejuich geofferd voor de afleiding van het volk.

De Romeinen legden hun rijksgrens dwars door ons land en deze werd bewaakt door een reeks forten, die gebouwd waren om bescherming te bieden aan de daar gelegerde soldaten en inwoners van het rijk. Ze moesten als een soort Atlantikwall de verwachte tegenstand kunnen weerstaan en vijanden imponeren. Deze Limes wordt waarschijnlijk als UNESCO werelderfgoed steviger op de kaart gezet.

Desalniettemin is het de droom van menig archeoloog om een prachtige gezichtshelm te vinden. Maar voor je je als Romein voordoet, bedenk dan ook de morele keerzijde.