Blog | Terug naar... 28 na Christus | Flevum en de Friese opstand

Romeinen in Noord-Holland -  © Stichting Oer-IJ, Oneindig Noord-Holland

Dat het tegenwoordige Nederland voor een periode van een paar eeuwen tot het Romeinse Rijk behoorde, is redelijk bekend. Momenteel krijgt de Neder-Germaanse Limes, de voormalige grens tussen het Romeinse Rijk en Germania Magna (het land van de vrije Germanen) redelijk wat aandacht. Dit komt mede omdat dit interessante erfgoed wellicht in 2021 toegevoegd gaat worden aan de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Langs de Neder-Germaanse Limes stonden vele forten, die ter bescherming dienden van de grens tegen volken van buitenaf, maar ook om controle te behouden in de grensregio van het Rijk zelf. De grensregio’s van het Romeinse Rijk werden in onze streken voornamelijk bewoond door Germaanse en Keltische stammen die onder Romeinse heerschappij leefden.

Al praten we over de Romeinse forten en heldhaftige veldslagen in Nederland, dan komen de namen en termen als ‘Castellum Meinerswijk’, ‘Oppidum Batavorum’ en ‘De Bataafse Opstand’ vaak voor. Dit zijn prachtige locaties en interessante verhalen, zonder twijfel! Echter zijn naast deze bekendere plaatsen en gebeurtenissen eveneens andere verhalen uit de Romeinse tijd die zeer interessant en soms zelfs een beetje mysterieus zijn. Heb je bijvoorbeeld al eens iets gehoord over Castellum Flevum en de opstand van de Friezen?

Een kaart met Germaanse lokale volken in Nederland tijdens de Romeinse tijd.

Wie waren de Friezen?

De Friezen, of Frisii in het Latijn, waren een Germaanse stam die tijdens de Romeinse Tijd in het Noorden en Westen woonde van het tegenwoordige Nederland. De Romeinen maakten onderscheid in de benaming van het volk op basis van de verschillende leefgebieden. Zo werden de Friezen opgedeeld in de ‘Frisii Maiores’ en de ‘Frisii Minores’, de ‘Grote Friezen’ en de ‘Kleine Friezen’. De Grote Friezen woonden hoogstwaarschijnlijk in het gebied dat we vandaag de dag kennen als Friesland, Groningen, Drenthe en delen van Noord-Duitsland. De Kleine Friezen woonden in het tegenwoordige Noord-Holland.

Het Friese volk kwam hoogstwaarschijnlijk in contact met de Romeinen rond het jaar 12 voor Christus. Rond dit jaartal werden zij ingelijfd bij het Romeinse Rijk door het Romeinse leger onder de aanvoering van Drusus. Dit gebeurde vermoedelijk redelijk geweldloos en de Romeinen en Friezen onderhielden goede banden met elkaar. De Friezen bewezen zich als loyale bondgenoten aan de Romeinen over de decennia die volgden. Zo bleven zij in de eerste eeuw na Christus tijdens de opstand onder leiding van Arminius loyaal aan de Romeinen. In dit gewapende conflict verloren de Romeinen significant hun grip over de gebieden ten noorden van de rivier de Rijn en werden zij vernederend verslagen in de Varusslag nabij het Teutoburgerwoud.

Het Teutoburgerwoud in het tegenwoordige Duitsland.

De Friezen in Romeinse ogen

Wat de Romeinen precies dachten van de Friezen, weten we natuurlijk niet. Wel kunnen we uit verschillende bronnen opmaken hoe zij tegen hen aankeken. Zover we weten, kunnen we veronderstellen dat de Romeinen de Friezen als een ‘minder ontwikkeld’ volk beschouwden: De Friezen hadden geen monetair systeem (het gebruik van geld) en leefden in agrarische gemeenschappen. Dit beeld dat de Romeinen hadden van de Friezen is echter niet terecht, aangezien zij beschikten over een groot handelsnetwerk dat zich uitstrekte over contacten met verschillende volken in Germanië, Gallië en Scandinavië. De Friezen hadden dan wellicht geen geld, maar ze waren goede handelaren en wisten van zaken doen.

De kustregio van het tegenwoordige Noord-Holland, het toentertijdse woongebied van de Frisii.

Castellum Flevum

Na de grote Nederlaag bij de slag bij het Teutoburgerwoud probeerden de Romeinen hun grip op het gebied ten noorden van de Rijn terug te krijgen. Dit deden ze onder meer door het bouwen van forten en wachtposten in het leefgebied van aangrenzende volken om zodanig de controle te houden over de regio. Deze strategie pasten de Romeinen ook toe in het leefgebied van de Friezen, met de bouw van Castellum Flevum, een kustfort.

Tot op heden zijn vele discussies gevoerd over waar het fort zich heeft bevonden. Sommige denken dat dit in Groningen geweest moet zijn, andere beweerden op het Waddeneiland Vlieland. Toch zijn de meeste professionals het tegenwoordig met elkaar eens dat Fort Flevum hoogstwaarschijnlijk bij Velsen in Noord-Holland gelegen moet hebben. Deze veronderstelling wordt onderbouwd met de vondst van archeologische resten van een Romeins fort en vele voorwerpen die in de 21e eeuw bij werkzaamheden aan de Wijkertunnel werden aangetroffen. Uit de historische geschriften van Tacitus wordt genoemd dat Fort Flevum meerdere keren belegerd is door de Friezen. Omdat bij onderzoek naar het fort archeologische aanwijzingen gevonden werden die duidden op belegeringen, waren professionals ervan overtuigd dat het in Velsen om het Fort Flevum ging,

Flevum had vermoedelijk een zeer strategische plaats. Het fort lag aan het Oer-IJ, een oude rivier die het Flevomeer verbond met de Noordzee. Waterlichamen waren in de Romeinse tijd van essentieel belang voor militaire en logistieke doeleinden! Niet alleen militairen reisden over de rivier af, ook bevoorrading en de handel vond voor een groot deel plaats via schepen op het water.

Een reconstructie van Castellum Flevum - © Een inllustratie van Graham Sumner

De Friese opstand

Hoewel de Romeinen in het begin van hun bondgenootschap met de Friezen weinig belasting van hen vroegen, veranderde dit in loop van de eerste eeuw na Christus drastisch. De Friezen hadden iets voor de jaartelling met de Romeinen in het zogenaamde ‘Verdrag van Drusus’ afspraken gemaakt over hoeveel belasting zij moesten afdragen aan de Romeinen. Deze belasting werd niet betaald in munten, maar in ossenhuiden, die de Romeinen weer gebruikten voor het maken van militaire uitrustingen. De relatie tussen de twee volken onder het verdrag liepen goed, maar dit veranderde toen Olennius, een oppercenturio, in 27 na Christus werd benoemd tot ‘Gouverneur van de Friezen’ en een flinke belastingverhoging introduceerde. Hij eiste van de Friezen dat zij meer huiden moesten aanleveren en daarnaast ook huiden van grotere formaten. Dit was voor de Friezen verreweg niet haalbaar en dit leidde tot serieuze spanningen.

Olennius was volgens bronnen niet gediend van wanbetalers en strafte deze zeer streng. Kon iemand de belasting niet betalen? Dan werd van de persoon in kwestie zijn vee in beslag genomen. De sancties werden later nog harder, toen de Romeinen de Friezen opdroegen hun kinderen en vrouwen als slaaf af te staan. Dit was voor de Friezen de druppel die de emmer deed overlopen.

In 28 na Christus brak de Friese opstand uit en de Friese gemeenschappen stonden op tegen hun Romeinse overheerser. Functionarissen die de belasting van de Friezen inden en de soldaten die meereisden ter bescherming, werden genadeloos vermoord. De Friezen organiseerden zich en besloten het Romeinse centrum in de regio, Fort Flevum, te vernietigen en de Romeinen te verdrijven.

Zover we weten uit historische en archeologische bronnen is het fort meerdere malen belegerd door de Friezen. Hoewel de Romeinen erin slaagden de aanvallen meerdere keren af te weren, zag de situatie van de soldaten in het fort er niet al te best uit! De Friezen waren naar zeggen goed georganiseerd en gebruikten naast zwaarden en speren ook slingerkogels in de belegering van het fort. Resten hiervan zijn eveneens bij Velsen aangetroffen.

Een kaart met daarop de Romeinse vindplaatsen bij de Wijkertunnel bij Velsen - © Romeinse Kust

Friese onafhankelijkheid

Toen de Romeinse versterkingen onder Lucius Apronius, de Romeinse opperbevelhebber in de regio, bij fort Flevum arriveerden, trokken de Friezen zich terug in de natte, moerasachtige gebieden van het huidige Noord-Holland. De Romeinen hadden in dit landschap een serieuze achterstand op de Friezen door hun zware uitrustingen. De Friese strijders waren veel lichter uitgerust en konden zich makkelijker door het gebied bewegen. Er volgden meerdere slagen die voor de Romeinen niet goed uitpakten. Door strategische misstappen en de slechte mobiliteit van het Romeinse leger kregen de Friezen steeds voldoende tijd om zich te hergroeperen en hun volgende slag voor te bereiden. De Romeinen waren genoodzaakt zich na meerdere nederlagen terug te trekken en het Friese leefgebied te verlaten. Bij hun vertrek saboteerden de Romeinen Fort Flevum door de waterputten te vergiftigen met lijken en de muren van de fortificatie te verzwakken om zo Fries gebruik van het fort te voorkomen. De Romeinse politici en regionale bevelhebbers besloten zich na de verschillende nederlagen niet meer bezig te houden met de Friezen en besloten het gebied te laten voor wat het is. Zo kregen de Friezen vermoedelijk weer controle over hun eigen leefgebied.