Column | Wikipedia ontdekt: vrouwelijke hoogleraren bestaan ook

Door Kim Beerden - Inderdaad, deze spannende kop is clickbait. Gelukkig dekt de titel hier wél het stuk: vrouwelijke hoogleraren zijn dun gezaaid. Als ze er al zijn, zijn ze minder zichtbaar. Met behulp van Wikipedia kunnen we - ook tijdens deze Romeinenweek - aan dat laatste iets doen.

Perspectieven

Vrouwelijke hoogleraren zijn vergeleken met hun mannelijke collega’s veruit in de minderheid. Laat ik daarom starten met de cijfers. De recente Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2018 van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren onthulde dat in 2018 20,9% van de hoogleraren vrouw was.[1] Dit percentage ligt voor het eerst boven de 20% en dat zouden we kunnen zien als goed nieuws. Maar laat deze getallen toch gerust even op u inwerken. We hebben het over slechts twintig procent. Voor wie minder met getallen heeft dan met verhalen geeft een anekdotisch voorbeeld het nodige reliëf: op dit moment zijn twee van de zes Nederlandse hoogleraren Oude Geschiedenis vrouw, dus zo’n 33%. ‘Dat zit dus relatief goed’, denkt u nu. Dat klopt, maar in 2019 zou het toch eigenlijk gewoon 50% moeten zijn.

Wanneer de stemmen van vrouwen (en andere groepen) die excellent onderzoek doen niet genoeg te horen zijn missen we belangrijke perspectieven op alle mogelijke onderwerpen: op de bestudering van vrouwen en familie in de antieke wereld die in deze Romeinenweek centraal staat – maar zeker ook op andere onderwerpen als oorlogvoering, scheepvaart en techniek. Namelijk, persoonlijke achtergrond hoeft helemaal niet samen te hangen met onderzoeksexpertise – het gaat om diversiteit in perspectief. Immers, wanneer we meer verschillende meningen hebben, kunnen we interessantere debatten voeren en onze gedachten over een onderwerp aanscherpen. Wanneer we variatie in perspectieven missen is dat dus slecht voor de bestudering van de Oudheid. Nu staat het buiten kijf dat het zeker mogelijk is om zonder universitaire aanstelling goed onderzoek te doen. Waar het om gaat is dat academische posities het onderzoeksproces buitengewoon bespoedigen, en dat vrouwen deze ondersteuning en facilitering net zo zeer ambiëren als hun mannelijke collega’s. We moeten naar de 50%.

Onzichtbaar

Deze minderheidspositie komt ook terug in de zichtbaarheid van vrouwelijke hoogleraren. Dat komt niet omdat ze niet hard genoeg zouden werken. Het tegendeel is eerder waar. Wat evenzeer tegen hen werkt, is dat onze maatschappij bij het woord ‘hoogleraar’ of ‘wetenschapper’ al snel aan een man denkt. Ook onze Publieke Omroep - waarvoor ook vrouwen belasting afdragen - draagt hieraan bij. Als de geschiedenis geduid moet worden, vraagt zij voornamelijk mannelijke historici in de studio.[2] Zo krijgen vrouwen minder vaak een podium. Het beeld blijft zo hardnekkig standhouden. Als u dit niet gelooft kunt u zelf een simpele test uitvoeren: tik maar eens ‘professor’ in bij Google Images. Of probeert u zelf te denken aan een (bestaande of fictionele) vrouwelijke hoogleraar. Is het gelukt? Mogelijk kwam u direct uit op Professor McGonagall (Anderling in vertaling) uit Harry Potter.

Wrok

Of activiteit op (social) media uitkomst biedt? Uiteraard kunnen vrouwelijke hoogleraren via Twitter aan zichtbaarheid werken. Toch is dat niet per se bevorderlijk voor de levensvreugde. Vrouwen die zich op Twitter begeven worden vaker dan hun mannelijke collega’s aangevallen op hun vermeende gebrek aan kennis en vaker bedreigd, zoals Amnesty recent onderzocht.[3] Vrouwen van kleur krijgen overigens nog veel meer voor hun kiezen. Om een voorbeeld te geven: iemand als professor Mary Beard (Universiteit van Cambridge) zou volgens sommige Twitteraars een hoogleraar van niets zijn waarmee vreselijke dingen zouden moeten gebeuren. Zij kreeg specifieke bedreigingen die over haar vrouw-zijn gingen.

Wat zei Beard dan waar mensen zo kwaad over werden? Ze vertelde dat er ook mensen van kleur in Romeins Britannia leefden. Dit is aangetoond door middel van onderzoek naar skeletten en grafinscripties en eigenlijk helemaal geen nieuws. Maar Beard kreeg, in haar eigen woorden, “a torrent of aggressive insults, on everything from my historical competence and elitist ivory tower viewpoint to my age, shape and gender [batty old broad, obese, etc etc].”[4] Dit overkwam haar overigens al vele malen eerder, voornamelijk na tv-optredens.[5] Kortom, als Beard zich uitspreekt in de media komen er hoe dan ook niet-inhoudelijke en kwaadaardige reacties. Dit ligt niet aan Beard of wat ze zegt, maar simpelweg aan het feit dat zij zo’n prominente en zichtbare positie inneemt. Dit mechanisme is precies het probleem. Het is hoog tijd dat het gewoon is dat vrouwen hoogleraar zijn. We hebben hun perspectieven nodig in de wetenschap en in de publieke ruimte. Bovendien: hoe weten jonge vrouwen anders dat ze ook hoogleraar kunnen worden?

In actie

Hoewel het gebrek aan vrouwelijke hoogleraren binnen de universiteit opgelost moet worden door loopbaanbeleid en betere waardering van bepaalde taken, kunnen wij allemaal bijdragen aan de bevordering van hun zichtbaarheid. Het goede nieuws? U hoeft er niet eens de deur voor uit! Schrijf een Wikipediapagina voor een vrouwelijke hoogleraar, bouw een bestaande pagina uit, of voeg een foto toe. Wikipedia is de meest gebruikte encyclopedie van Nederland en een persoonlijke pagina betekent status en autoriteit. Atria, het Wikipedia Gender Gap project[6] en het Engelse Women Classical Committee[7] zijn hier al mee bezig. Wij kunnen ons vandaag nog aansluiten door ons te registreren op Wikipedia. Het allermooiste van dit initiatief? We leggen de verantwoordelijkheid voor zichtbaarheid eens niet bij de vrouwelijke hoogleraren zelf. Het idee van een Wikipediapagina is juist dat anderen die aanmaken. Laten we daarom aan de slag gaan: word Wikipedia-schrijver en ontdek uw eigen hoogleraar (v)!