Column | Romeinse vrouwen in Brabant

Door Wouter Loeff - Er moeten in de Romeinse tijd veel vrouwen hebben geleefd in het gebied dat we nu Noord-Brabant noemen. Zo moet de eerste ‘Brabander’ die we bij naam kennen, Flavus, zoon van Vihirmas, ook een moeder hebben gehad. Maar op zijn gedenksteen vinden we alleen zijn vaders naam. Bij de tempel voor Hercules Magusanus, die bij Empel stond, moeten ook vrouwen de godheid hebben aanbeden. Zij blijven echter voor ons verborgen in het verleden. Hun namen en levenslopen kennen we niet. Op het eerste gezicht lijken er dus alleen vrouwen te hebben geleefd van wie we de namen niet meer weten.

Vrouwen op een voetstuk

Als we echter op zoek gaan naar namen, komen we een paar vrouwen tegen. Een van de vrouwen die we bij naam kennen is Sandraudiga en zij is meteen een vrouw met aanbidders. Sandraudiga is een godin en aan haar naam te zien is ze inheems. Dat we weten dat ze heeft bestaan komt omdat er in het begin van de negentiende eeuw een altaarsteen is gevonden nabij Zundert.

Arbeiders vonden de steen bij de aanleg van een weg in het begin van de negentiende eeuw. De rechthoekige steen is net iets hoger dan 1 meter 40. Op beide zijkanten staat een hoorn des overvloed en de bovenkant is versierd met appels en bladeren. De voorkant bevat een inscriptie die ongeveer de helft van de steen bedekt. De vereerders van haar tempel bedanken haar. Waarvoor? Dat hebben ze niet opgeschreven en weten we dus niet. In 1950 ontdekte men wel stenen resten die vermoedelijk afkomstig zijn uit de tempel die wordt genoemd.

De eerste Brabants vrouw

Een voorbeeld van een niet-mythische Romeinse vrouw die sporen in het huidige Noord-Brabant heeft nagelaten is Victorinia Veratta. Net als bij Flavus Vihirmas en Sandraudiga komt haar naam op een steen voor. In 1986 is de altaarsteen bij baggerwerkzaamheden nabij Lith gevonden. Haar naam verraadt dat ze afkomstig is uit de Rijnprovincies: de uitgang –inia kwam hier veel voor en de dubbele t in Veratta wijst misschien op een Germaanse afkomst.

Naast haar naam leren we een opvallend detail: ze roept ‘haar eigen’ godin Venus aan. Ze aanbid haar eigen variant van de godin. Misschien zag zij Venus als haar beschermgodin. Zeker weten doen we het niet.

Op het eerste gezicht lijkt er misschien vrijwel niets bekend over Romeinse vrouwen in onze streken, maar als we gaan zoeken komen we ze zeker tegen. Daarom is het belangrijk dat de Romeinenweek dit als thema heeft opgepakt. Wie weet ontdekken we nog veel meer de komende jaren. Als we maar zoeken.

 

Wouter Loeff is historicus en werkzaam bij Erfgoed Brabant als hoofdredacteur van de website www.brabantserfgoed.nl.
Tevens schreef hij
De kleine geschiedenis van Noord-Brabant voor Dummies (2018).