Topstukken | De Romeinse tijd in de Alblasserwaard

Archeologisch topstukken van AWN Lek en Merwestreek | Tijdens de Romeinse tijd heeft er op de diverse stroomruggen in de Alblasserwaard regelmatig bewoning plaatsgevonden. Ook op de Alblasserdamse stroomrug, lopend van het dorp Oud-Alblas tot aan de rivier de Noord, zijn er veel sporen van bewoning aangetroffen.

Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn er op deze stroomrug door leden van de AWN opgravingen gedaan, waarbij veel sporen, kisten vol Romeins aardewerk en een crematiegraf zijn blootgelegd.

Of er echt romeinen in deze streek gewoond hebben, en dus een huis of een villa hebben gebouwd, daarvoor zijn nog geen harde bewijzen gevonden. Hoe komt al dat Romeinse aardewerk dan hier terecht?

Het Romeinse leven speelde zich vooral af aan de noordgrens van het Romeinse rijk, de Limes, die dwars door Nederland liep. Langs deze Limes bouwden de romeinen vele forten om invallen van Germaanse stammen uit het noorden tegen te houden. De forten werden bemand door honderden en soms duizenden soldaten. Die soldaten moesten natuurlijk van eten worden voorzien. Nou viel er natuurlijk niet elke dag wat te vechten, dus de soldaten hielden zich dan bezig met onderhoud van de forten en de wapenuitrusting  en het verbouwen van graan en groente voor eigen gebruik. Maar dat was bij lange na niet genoeg om alle soldaten te voeden. De plaatselijke bevolking en ook Romeinse handelaren verdienden dus een aardige boterham met de handel met het Romeinse leger en rond zo’n fort ontstond er dus een heel dorp (vicus).

Om aan goederen te komen om aan het Romeinse leger te verkopen, trokken de handelaren het binnenland in om bij de inheemse bevolking producten te ruilen. Er werd niet met muntgeld betaald, omdat de inheemsen toch nergens in de omgeving met muntgeld dingen konden kopen. Er zijn dan ook op de diverse vindplaatsen heel weinig Romeinse munten gevonden.

De inheemse boeren leverden graan, vlees, gedroogde vis en huiden aan de handelaren in ruil voor het Romeinse aardewerk, zoals bekers en schalen van Terra Sigillata, kruiken van wit aardewerk, Romeinse glazen voorwerpen en voorraadpotten, meestal met inhoud zoals vijgen of andere uitheemse producten.

Bij de aanleg van een rioolwaterzuiveringsinstallatie in 1973 op de Alblasserdamse stroomrug werd er op aandringen van de AWN archeologisch onderzoek uitgevoerd, waarbij veel Romeins aardewerk, een inheemse boomstamkano en paalsporen van 3 spiekers (opslagplaatsen) werden blootgelegd.

De bijbehorende boerderij moet in de directe omgeving hebben gelegen, maar sporen van de boerderij zijn tot nu toe niet gevonden. De vondst van 3 opslagplaatsen duidt erop, dat de inheemse  boerenbevolking voldoende voedsel produceerde om van te leven en zelfs overhield om te verhandelen.

Bij de uitbreiding van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in 2015 werd er weer archeologisch onderzoek gedaan door de AWN, waarbij grote hoeveelheden uitgegraven grond werd onderzocht.

Daarbij werden weer veel scherven Romeins aardewerk gevonden. Het meest voorkomend waren bodem-,wand- en randfragmenten van Belgische waar. Blauwgrijs ruw aardewerk vooral van voorraadpotten type Holwerda. Op èèn van de randfragmenten stond een deel van een ingekraste inscriptie in Romeinse letters  ……IBVA . (zie foto)

Omdat er weinig inscripties voorkomen op aardewerk, beschouwt AWN Lek en Merwestreek dit randfragment als èèn van de topstukken uit onze collectie Romeins aardewerk.

Oproep van AWN Lek en Merwestreek: Maar wat zou de inscriptie kunnen betekenen? Het kan zijn dat een handelaar zijn naam erin heeft gekrast of het zou de inhoud van de voorraadpot weer kunnen geven. Omdat het eerste deel van de inscriptie ontbreekt, is het slechts gissen naar de betekenis. Uiteraard hebbe we deze vraag voorgelegd aan de conservator van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, maar deze kon ook niet met zekerheid zeggen wat de betekenis van de inscriptie is. Omdat er tijdens de Nationale Romeinenweek veel kennis over de romeinen paraat is, wil ik bij deze een oproep doen om suggesties over de mogelijke betekenis van de inscriptie kenbaar te maken.