Ga naar inhoud

De val van het Rijk

Door Pim Möhring - Tijdens deze Romeinenweek hebben we kunnen zien hoe belangrijk mobiliteit was in de Romeinse Lage Landen. De infrastructuur van de limes, de noordelijke grens van het Romeinse Rijk, zorgde voor de mobiliteit die de Romeinse legioenen nodig hadden om het Rijk te verdedigen. Aan het eind van de 4e eeuw na Christus bleken de Germaanse stammen echter net zo mobiel. In het symposium 'De Late Oudheid en de val van het Romeinse Rijk' lichtten kenners dit toe, ieder met hun eigen onderzoeksmethode.

Goudschatten

Dat goudschatten een rijkdom aan informatie kunnen geven bewijst Nico Roymans (Vrije Universiteit Amsterdam). Met zijn interessante onderzoek naar goudschatten in de Neder-Rijnse grenszone haakt hij in op een belangrijke en verhitte discussie: wat was de oorzaak van de val van het Romeinse Rijk? Tot enkele decennia geleden was het heersende idee dat de val werd veroorzaakt door invallen van barbaarse stammen. Veel geleerden nuanceren dat beeld inmiddels door ook naar de interne problemen van het Romeinse Rijk te kijken. Zo ook Nico Roymans.Zijn onderzoek toont aan dat er in de late 4e en de 5e eeuw vele Romeinse goudschatten zijn gevonden aan beide kanten van de Rijn. Dit betekent dat de Romeinen goud betaalden aan groepen buiten het Romeins belastingsysteem. Dat deze goudschatten later ook ten zuiden van de Rijn zijn gevonden, wijst op een Germaanse overname van Romeins gebied.

Stalhuizen

Archeologie is essentieel om historische visies te verwerpen of te bevestigen. Dit laatste deed ook Stijn Heeren (Vrije Universiteit Amsterdam). Zijn archeologisch onderzoek richtte zich op woonstalhuizen in de Romeinse Lage Landen én boven de Rijn. Met behulp van onderzoek naar de jaarringen van bomen (dendrochronologie) is hij in staat om overblijfselen van woonstalhuizen te dateren. Hieruit blijkt een sterke daling van woonplaatsen in de 3e eeuw n. Chr. Dit komt overeen met historische teksten uit dezelfde tijd, die vertellen over een totale terugtrekking van Romeinse troepen uit de Lage Landen in dezelfde tijd. Ook ziet Heeren een plotselinge toename van woonstalhuizen naar het model van het niet-Romeinse gebied boven de Rijn. Zo betoogt ook Heeren dat er een Germaanse overname was van Romeins gebied.

Frans en Latijn

De val van het Romeinse Rijk is niet noodzakelijk alleen het domein van de Late Oudheid. Classicus David Rijser (Universiteit van Amsterdam) vertelt hoe de Griekse schrijver Polybius al veel eerder schreef over de eerste Keltische plundering van Rome in de vierde eeuw voor Christus. In de Late Oudheid werd er ook veel geschreven over de teloorgang van het Romeinse Rijk en haar cultuur. Kerkvader Augustinus van Hippo schreef over de Stad van God, als betere variant van het echte Rome. En de bisschop Gregorius van Tours beschreef hoe het grammaticaal correcte Latijn verwaterde in de literaire kringen van voormalig Romeins Gallië: de geboorte van de Franse taal.