Ga naar inhoud

‘Romeinen’ onder en ‘barbaren’ boven de Rijn?

| Mylène Klaasen

Als de Romeinen schreven over de mensen die buiten het Romeinse Rijk leefden, noemden ze hen vaak ‘barbaren’. Dit zien we ook in de antieke bronnen die de volken boven de Limes beschreven, maar wie waren eigenlijk deze ‘barbaren’ en waarom werden ze eigenlijk ‘barbaren’ genoemd?

Caesars verdeling in boven en onder de Rijn

Halverwege de 1e eeuw v.Chr. rukte de Romeinse generaal Julius Caesar met zijn troepen op naar het noorden van Europa met als doel het Romeinse Rijk verder uit te breiden. Zo kwam hij ook in contact met de verschillende ‘stammen’ die in het gebied van het huidige Nederland woonden. Voor Caesar was de situatie simpel: onder de rivier de Rijn leefden de Gallische Kelten en boven de Rijn, in het ‘barbaricum’, leefden ‘barbaarse’ Germaanse stammen. Er woonden wel een aantal Germaanse stammen net onder de Rijn, de zogenaamde ‘Germani cisrhenani’ (letterlijk: Germanen aan deze kant van de Rijn) maar deze hadden zich hier al lang voor de komst van de Romeinen gevestigd.

Als we Caesar mogen geloven dan werd hoe verder je naar het noorden ging zowel het landschap als de  bevolking woester. Deze beschrijving was natuurlijk bedoeld als contrast met de Romeinse ‘beschaafde’ wereld en ditzelfde idee bood Caesar ook een mooie verklaring waarom hij er zo moeilijk in slaagde verder naar het noorden op te rukken; hij trof hier gewoon veel zwaardere tegenstanders dan de generaals die aan de zuidgrens van het Rijk vochten.

Een verdeling in ‘stammen’

Caesars verdeling van ‘barbaren’ boven, en de beschaafde wereld onder, de Rijn was lekker overzichtelijk zou je zeggen, maar de waarheid is zoals zo vaak een stuk complexer. Daarbij vormde de Rijn ook zeker niet de duidelijke scheidslijn die Caesar ervan maakte. Zo verschoof het leefgebied van deze ‘stammen’ soms (vrijwillig of gedwongen). Ook kon het gebeuren dat stammen ophielden te bestaan of dat delen zich afsplitsten en nieuwe groepen vormden of zich juist bij andere stammen aansloten.

Een voorbeeld zijn de ‘Tencteri’ en ‘Usipetes’ die zich in 55 v.Chr. door de komst van een vijandige stam gedwongen zagen om hun leefgebied te verlaten en vanuit het oosten de Rijn over te steken naar het huidige Zeeland. De ‘Menapii’, die in dit gebied woonden, voelden zich bedreigd en riepen Caesar te hulp die ondanks nog lopende onderhandelingen het grootste deel van de ‘Tencteri’ en ‘Usipetes’ vernietigde. De ‘Eburones’ die twee jaar later tegen Caesar in opstand kwamen, verging het niet veel beter.

Dé Germanen als volk, zoals Caesar, Tacitus en vele anderen hen later ook omschreven, bestond ook niet. En niet alleen een verdeling in Germanen, cisrhenani Germanen en Kelten, maar ook de verdeling in de verschillende stammen en hun namen zijn vaak door de Romeinen bedacht. Gelukkig kunnen we de verhalen van de Romeinen vergelijken met archeologische vondsten en zo verschillende stammen en hun leefgebieden identificeren.

Buiten de ‘Menapii’ en ‘Eburones’ woonden onder de Rijn in de provincie Germania Inferior onder andere ook de ‘Cananefates’ en de welbekende ‘Batavi’. Boven de Rijn woonden in ieder geval de zogenaamde ‘Frisii’ en ‘Chauci’. Met name de Bataven waren bij de Romeinen geliefd als soldaten. Zij waren, ondanks dat ze ‘Germaans’ waren, door de Romeinen uitgenodigd om beneden de Rijn te komen wonen. Hier vormden ze een Romeinsgezinde buffer.

‘Frisii’ in het Romeinse leger

Er dienden echter ook ‘Frisii’ in het Romeinse leger. Hun leefgebied had dan wel voor een korte periode rond het begin van onze jaartelling onder invloed van het Romeinse Rijk gestaan, maar ook nadat zij in 28 n.Chr. tegen de Romeinen in opstand waren gekomen, vinden we hen nog steeds als soldaten terug in diverse Romeinse legioenen (o.a. in Brittannië) en zelfs als ruiters in de keizerlijke lijfwacht.

Romeinse invloed boven de Rijn

Deze mannen werkten en leefden jaren tussen de Romeinen dus het is niet vreemd dat zij ook wat van hun gewoonten en spullen meebrachten als ze na hun diensttijd naar huis terugkeerden. Zo zijn er in het noorden luxegoederen gevonden, zoals terra sigillata (Romeins aardewerk), bronzen godenbeeldjes en wapentuig, zoals een bronzen helm die is gevonden op het strand van Texel.

De mensen boven de Rijn bleven echter wonen in kleine, verspreid liggende nederzettingen waar zij leefden in boerderijen tezamen met hun vee en in hun eigen behoeften voorzagen. En beneden de Rijn mochten dan wel steden en grote landbouwbedrijven zijn gebouwd, maar een groot deel van de bevolking bleef ook hier in traditionele nederzettingen leven.

De Romeinen mochten hun cultuur dan wel superieur hebben gevonden, maar de ‘barbaren’ dachten daar blijkbaar anders over. En de verschillen tussen de gebieden boven en onder de Rijn waren veel kleiner dan sommige Romeinen ons wilden doen geloven.

Afbeelding: Mercuriusbeeldje uit de 2e of 3e eeuw, brons, 10,7 cm, gevonden in Pingjum, Friesland. Fries Museum, Leeuwarden; Collectie Het Koninklijk Fries Genootschap

Literatuur

Bosman, Arjen V.A.J., Rome aan de Noordzee. Burgers en barbaren te Velsen (Leiden 2016).

Bunt, van de, Alexander, Wee de overwonnenen. Germanen, Kelten en Romeinen in de Lage Landen (Utrecht 2020).

Steinacher, Roland, ‘Rome and Its Created Northeners’, in: Matthias Friedrich en James M. Harland, Interrogating the Germanic: A Category and its Use in Late Antiquity and the Early Middle Ages (Berlijn/Boston 2019) 31–66.