Ga naar inhoud

Post van de Limes

| Mylène Klaasen

Doosje om je zegel te beschermen. Foto RMO

Tegenwoordig is het in de meeste gevallen doodeenvoudig om contact te houden met andere mensen, ongeacht of ze nou om de hoek of aan de andere kant van de wereld wonen. Dat was in de Romeinse tijd wel anders. De enige manier voor bijvoorbeeld een soldaat die aan de Limes was gestationeerd om met achtergebleven familieleden te communiceren was door boodschappen via andere mensen door te geven (met het risico dat de boodschapper dingen vergat) of een brief te schrijven.

Romeins ‘briefpapier’

Er zullen duizenden brieven van en naar de mensen aan de Limes zijn gestuurd. Dat niet al deze brieven zijn vergaan, komt doordat de Romeinen vaak schreven op dunne stukjes hout (tabulae) en met name ook op schrijfplankjes (tabulae ceratae) die soms bewaard zijn dankzij het natte Noord-Europese klimaat. De tabulae ceratae waren houten plankjes waar een laag was op was aangebracht waar vervolgens met een stilus (harde pen) de woorden werden ingekrast. De was is in de meeste gevallen in de loop van de tijd verdwenen, maar omdat er regelmatig vrij hard werd gekrast heeft dit sporen in de houten plankjes achtergelaten, waardoor we soms toch nog delen kunnen ontcijferen.

 

Schrijfplankje met een verdiept schrijfvlak (voor de was) met vrij duidelijke schriftsporen, gevonden in Katwijk (Zuid-Holland). Foto RMO.

Wat stond er in de brieven?

Deze brieven geven ons een heel bijzonder kijkje in het leven van de verzenders. Zo stuurde de Romeinse officier Masculus, die gelegerd was in Britannia (het huidige Engeland), een brief aan zijn meerdere, Cerialis, omdat diens instructies hem blijkbaar niet helemaal duidelijk waren. En oh ja, of hij meteen ook nieuw bier voor zijn medesoldaten kon regelen. Een andere brief die op dezelfde locatie is gevonden, werd geschreven door Claudia Severa, vrouw van de hoge officier Flavius Cerialis (dezelfde?). Zij vraagt haar zus in de brief of ze alsjeblieft op haar verjaardagsfeest wil komen.

Brief van Claudia Severa aan haar zus, Sulpicia Lepidina, met een uitnodiging voor haar verjaardagsfeest, gevonden in Vindolanda, Britannië. Tab.Vindol.291, British Museum.

Vergelijkbare brieven zullen natuurlijk ook van en naar personen aan de Limes zijn gestuurd, maar helaas is er van de meeste brieven te weinig over om de inhoud te kunnen ontcijferen. Een uitzondering is een schrijfplankje dat waarschijnlijk in Fectio (Vechten) gevonden is, maar in het depot in Alphen aan de Rijn terechtkwam. Het lijkt hier om een brief te gaan van een hoge officier aan een lokale officier met de mededeling dat bepaalde militairen, waaronder een ruiter met de naam Aulus Mucus en een soldaat van de 10e cohort Valeria Victrix met de naam Titus Chequius, vanwege heldhaftig optreden in aanmerking kwamen voor een premie.

Het postsysteem: snelheid en route

Hoe snel een brief bij de geadresseerde aankwam verschilde vaak enorm tussen officiële en privépost. Koeriers met officiële post konden gebruik maken van tussenstations die ongeveer elke 12 kilometer langs de belangrijke wegen lagen. In deze zogenaamde mansiones en mutationes konden ze uitrusten en verse paarden krijgen waardoor ze veel sneller konden reizen. Voor privé post was de route ongeveer gelijk maar bestond er geen postsysteem. Je was dus afhankelijk van reizigers die toevallig naar de juiste stad reisden en de post (al dan niet tegen betaling) voor je wilden meenemen. Alleen als je rijk was, kon je natuurlijk zelf een slaaf sturen. 

Langs de Limes was de Rijn een soort hoofdweg. Vanuit het binnenland werd de post via de wegen naar de rivier toegebracht. Schepen met post aan boord konden vervolgens stroomafwaarts varen naar de kust waar de post werd overgeladen op zeeschepen, of stroomopwaarts varen richting de plaats van bestemming waar de post het laatste stuk weer over land vervoerd werd. De voorkeur voor rivieren als transportwegen is simpel te verklaren: het was veel goedkoper (je moet je bedenken dat een groot deel van de post ook uit goederen zal hebben bestaan) en stroomafwaarts was het ook nog eens acht keer sneller dan transport over land.

Beveiligde post

Als je niet wilde dat je post gelezen werd door degenen die hem voor je meenam, moest je dus wel voorzorgsmaatregelen treffen. Je kon er dan voor kiezen om je brief te verzegelen met een lakzegel en eventueel zelfs een lakzegeldoosje om het zegel doen als je bang was dat het zegel per ongeluk zou breken. Deze zegeldoosjes zijn in grote aantallen gevonden, wat laat zien dat er enorm veel post werd verstuurd. Net als de meesten van ons tegenwoordig, hielden de Romeinen graag contact met elkaar.

Mylène Klaasen is student aan de Universiteit Utrecht in de Research Master Ancient, Medieval and Renaissance Studies en specialiseert zich in de Romeinse tijd. Momenteel is zij als stagiair verbonden aan het project Constructing the Limes.

Literatuur

Anne Kolb, Transport und Nachrichtentransfer im römischen Reich (Berlijn 2000).
Vindolanda Tablets Online http://vindolanda.csad.ox.ac.uk/
J.A.D. Zeinstra, Romeinse schrijftafeltjes uit Nederlandse bodem en een Romeins militair diploma (Leeuwarden 2011).
A.M. Ramsey, ‘The Speed of the Roman Imperial Post’, Journal of Roman Studies 15 (1925) 60-74.
Project: Inland waterways in the Roman transport network of the Gallic and Germanic provinces (c. 50 BC – c. AD 400) (2017 - 2020), Universiteit Gent, https://www.rsrc.ugent.be/waterways